zondag 11 mei 2014

Maleisie 2013

Zondag 14 juli 2013

We vertrekken vanuit Sliedrecht naar Düsseldorf voor onze rondreis van een maand door Maleisië. Dan vliegen we om 15.45 uur met Emirates, die we voor het eerst hebben geboekt. De ontvangst aan boord is formidabel en de handbagage wordt zelfs aangepakt en weggezet. De stoelen zijn ruim met voldoende beenruimte. Bij aankomst in Dubai is het al donker en rijden we met een bus over het platform naar de transferruimte. Bij aankomst merken we door de kledingdracht duidelijk dat we in een Arabisch land zijn door de djellaba's van de mannen en hun hoofdbedekking.


Tijdens de vlucht van Düsseldorf naar Dubai had ik een Asian vegetarische maaltijd, die veel te vet is. Het is Indiaas eten wat ik erg lekker vind en dus veel te snel opeet. Bij de overstap in Dubai merk ik dat ik niet lekker word en ga zweten. Dat beloofd weinig goed, omdat we nog 7 uur moeten vliegen naar Dubai. Ik neem medicijnen tegen reisziekte, maar dat was achteraf een slechte beslissing. Tijdens de vlucht word ik erg ziek, waarbij ik regelmatig wegzak door de reistabletten die je suf maken. Onderweg blijkt dat ik nog 6,5 uur moet doorzetten en gelukkig val ik ziek in slaap. Wonderwel ben ik bij aankomst helemaal opgeknapt en helder van geest!

Maandag 15 juli 2013

De aankomst in Kuala Lumpur in de middag verloopt soepel. Het is niet erg druk op de luchthaven bij de douane. Er worden geen lastige vragen gesteld aan ons, maar wel aan een meisje voor ons die moet aantonen dat ze niet van plan is in het land te blijven. We wachten op de koffers, waarna we richting de autoverhuur gaan. Ik had verwacht dat een enorme stad als Kuala Lumpur ook een groot vliegveld zou hebben, maar het zijn een paar smalle gangetjes en dan sta je buiten. Net voor de uitgang staan een paar kleine hokjes waar we onze auto moeten regelen. De kinderen parkeren zichzelf met de koffers naast de uitgang, zodat we de auto kunnen regelen.

We hebben gehuurd bij Europecar en verwachten een groot kantoor bij deze internationale verhuurmaatschappij. Een kleine meneer probeer ons uit te leggen wat we allemaal moeten betalen om de auto te krijgen. Hoewel hij klein is past hij net in het kleine hokje met de stoel en het kopieerapparaat. Dan moeten we weer extra betalen, maar dan kennen we inmiddels van onze andere reizen. De borg is enorm voor Maleisische begrippen, omdat we geen krasje op de auto mogen maken. Later blijkt dat de auto uiteraard al vol zit met krassen.
Kees praat met de man en ik probeer extra moeilijk te kijken om niet te hoeven betalen. We gaan overstag voor 120,=, maar achteraf blijkt dat we ruim 350,= minder betalen dan bij de boeking in Nederland.

Samen met de verhuurder gaan we op weg naar de auto. Dat is altijd spannend, omdat je nooit krijgt wat je hebt gehuurd. We moeten eerst nog met allerlei liften door de parkeergarages op de luchthaven, dus probeer ik ondertussen zeer vriendelijk met de verhuurder te praten. Het zit er namelijk dik in dat er weer iets mis zal zijn met de auto. Aangekomen bij de opstelling van de auto's onderin de parkeergarage wordt er een miniautootje voor ons neergezet. Daar past niet eens een koffer in. De andere koffer moet dan maar op de achterbank bovenop de kinderen volgens de 2e verhuurder in de garage. Mooi niet. Dus komen we in actie. Zoals altijd ga ik hevig nee schudden en verdrietig richting de kinderen kijken. Charlotte krijgt als 16 jarige de opdracht zeer zielig te kijken. 

De verhuurder rijdt nog een ander type auto voor de deur. Daar passen de twee koffers echt wel in volgens de verhuurder met een beetje duwen, maar gelukkig kan de klep van de achterbak niet dicht. Dus ga ik in overleg. Ik tover een Nederlandstalig papier te voorschijn waarmee ik heb geboekt. Dat wordt aandachtig bestudeerd. Hierop staat een symbool van een auto met vier personen en vier grote koffers. En die passen niet in de auto's die de verhuurder heeft voor gereden. Dat is handig, want ik heb mijn oog laten vallen op een grote SUV met veel ramen en een gigantische achterbak. Kees kijkt angstig, want die enorme bak moet hij besturen. Maar we zijn er nog niet! De auto is uiteraard veel duurder, dan ik heb geboekt. Dus gaat de verhuurder in overleg.

Gelukkig is het Ramadan en kijkt Charlotte zo zielig, dan we zonder bijbetaling de auto meekrijgen. Gelukt dus! Een echte SUV en onze eerste, want die is altijd erg duur om te boeken. Op de auto staat bij het nummerbord op de achterkant 'You will be amazed'. Dat zijn we inderdaad. de auto heeft geen vering en de trekkracht is nul. Bij het optrekken en wisselen tussen de versnellingen lijkt het alsof we in een tank rijden. De heren heb ik 5 dollar gegeven, wat op de dag bij inlevering een groot succes blijkt te zijn. Het bedrag is ook hoog, omdat we later voor 5 dollar met zijn vieren uitgebreid twee keer kunnen eten.

Kees rijdt de automaat via de rechterstoel naar buiten. Doodeng, want ik heb nog nooit aan de andere kant van de weg gereden op zijn Engels. De TomTom zit in de auto, maar die doet het uiteraard niet. We staan tussen hoge gebouwen onder fly-overs, dus hebben geen bereik. Gelukkig rijden er in Maleisië weinig auto's op de tolwegen, dus hebben we ruimte genoeg. Onderweg moeten we uiteraard tol betalen, maar we konden op de luchthaven geen geld halen. De geldautomaten werkten niet. We moeten een laag bedrag betalen van ongeveer twee uren en de dame achter het loket zucht diep om die domme toeristen die geen geld hebben, maar maakt de poort wel open. We kunnen gratis verder richting Kuala Lumpur.

Alle hotels hebben we zelf vanuit Nederland geboekt, zodat we dwars door de stad op een drukke vierbaans weg op zoek gaan naar ons hotel. Dat hotel ligt uiteraard midden in de stad, waardoor de TomTom besluit ons rondjes te laten rijden. Uiteindelijk ziet Charlotte een uithangbord met de naam van het hotel. Kees rijdt de parkeergarage in, maar ik vind dat niet veilig. We weten namelijk niet of we daar weer uitkunnen als we verkeerd zitten. Dus rijdt Kees in zijn achteruit de smalle staat uit, waarbij we de voorbumper verliezen op de stoeprand. Gelukkig is het een plastic auto, dus krijg ik met een klap de bumper weer op zijn plaats. De man die naast mij op straat staat valt net niet om van verbazing. Auto gerepareerd en dus toch de parkeergarage in.

Kees is moe en rijdt ook nog vanaf de andere kant in de auto. Hij kan de afstanden t.o.v. de muur moeilijk inschatten en vraagt mij om te kijken of er voldoende ruimte is. Dat wordt dus een idiote situatie, want met mijn fototas op mijn buik ren ik dus achteruit wild gebarend de parkeergarage door. Het zijn maar liefs drie verdiepingen, terwijl het bloedheet is en ik een nacht niet heb geslapen. Maar we komen boven op de verdieping waar we naar rechts willen en zien dat de doorgang te laag is voor onze grote bak. Met veel stuurmanskunst rijdt Kees de auto achteruit en parkeren we naast kuilen en plassen op een vrijwel lege verdieping. Via de lift komen we in de lobby van een prima stadshotel. Zelfs met zwembad.

Gelukkig slapen we op de 14e verdieping, dus weten we zeker dat we bij brand niet overleven. De ramen kunnen wel open, maar de hoogte is zo enorm dat we nauwelijks naar beneden durven te kijken. De komende dagen eten we de kaas en crackers die prima smaken, die we van huis hebben meegenomen.

Dinsdag 16 juli 2013

We worden wakker op de 14e verdieping en kijken uit over de stad Kuala Lumpur. Na een ontbijt vanuit de koffer met Bolletje crackers en kaas van de boer gaan we de stad verkennen. We vertrekken per taxi naar het museum van Kuala Lumpur. Een helse rit in een halfgare bak, die in de bochten gevaarlijk overhelt. Het museum laat de geschiedenis van Maleisië zien, waarbij onze rol als handelsnatie wordt uitgebeeld. Kees gaat op zoek naar geld, omdat we dat nog steeds niet hebben gevonden. Dat duurt een uur, omdat de Nederlandse bank problemen veroorzaakt tijdens het pinnen.

We gaan daarna op zoek naar eten, maar in verband met de Ramadan is alles dicht. We vinden op het dak van het museum een restaurant waar we met gebarentaal eten bestellen. Bij afrekening is het ineens veel duurder. Dat wordt een heftige discussie, want dat ga ik niet betalen. Ze dreigt met de politie en gaat zogenaamd bellen. Prima, ik wacht wel! Dus dat was nep en we betalen de reeds afgesproken prijs.

Op de hoek van het museum zijn ze aan het bouwen. Heel veel personeel en iedereen doet wat. De vrachtauto met zand komt aanrijden, dus die wordt door een meneer de weg gewezen. De volgende staat te kijken bij het hek of het goed gaat. De andere staat bij de andere kant van het hek te kijken of het aan die kant goed gaat. De volgende heeft een slang en spuit de modder aan de banden. En de ander wijst naar deze waterslang. De rest zal ik je besparen, maar er wordt druk gewerkt.


We gaan op weg naar het Bird Park, waarbij we onderweg langs Bavianen komen die langs de stoep zitten. Ze zitten in de aanval om toeristen, die nietsvermoedend langslopen, aan te vallen. Daar trappen wij niet in, dus nemen we een omweg. Bij het Bird Park ontdek ik dat mijn batterij van de camera leeg is. Dus zet in de oplader met wereldstekker in elkaar en vraag met handen en voeten aan de balie of dit eventjes in de stekkerdoos kan. Charlotte durft niet te kijken, want het ziet er natuurlijk vreemd uit om dat te vragen. Maar de vriendelijke dame zegt 'bliep bliep' ofwel het oplaadlampje doet het.


Voor het Bird Park stopt een grote bus met Jordaniërs. Opeens zie ik twee mannen naar voren stappen om van Charlotte foto's te gaan maken. Ze heeft er geen erg in, maar als ik vliegensvlug mijn grote achterwerk voor de lens parkeer en voor Charlotte ga staan, zijn de mannen snel verdwenen. Vreemd kerels. In plaats van volgels kijken, blijken deze mannen op zoek naar vrouwelijk schoon. Mooi niet dus! De hele tijd blijf ik hen in de gaten houden, want ze blijven proberen foto's te maken. De vrouwen staan er naast en lachen er om. Vreemd.

Na het Bird Park gaan we de overkant naar de orchideeënkwekerij en naar de Butterfly Farm. Dat zijn meestal prachtige plaatsen om te fotograferen, maar het valt enorm tegen. Een paar vlinders, die door de donkere omgeving niet goed kunnen worden gefotografeerd. Maar bovenop het net zit een enorme varaan, die een poging doet om een vlinder te vangen. We staan er onder en kunnen de enorme poten van het beest zien. Vanaf dat moment zijn we bang voor alles wat beweegt en kruipt. We lopen een small paadje in en ineens steekt er een mini- salamander over. Gillend ren ik de ruimte uit onder groot plezier van de kinderen.


Buiten aangekomen zitten we in een tropische regenbui en gaan we met de taxi retour naar ons hotel. Het voordeel van Azië is dat je overal op straat kunt eten. Dus even de hoek om en we zitten in de Chinese wijk. We zoeken een plastic stoeltje op straat en gaan aan de handkar aanwijzen wat we op ons bord willen. De dame achter de handkar weegt het bord ongeveer met haar eigen handen, waarna we ongeveer voor 5,= Euro met zijn vieren eten. Om de hoek hangt een kooi tegen de muur met daarin allerlei soorten en maten kippen. Zo word je op het terras voorzien van verse kip. Verser kan niet! Vandaar dat we altijd vegetariër zijn als we reizen.

Woensdag 17 juli 2013

We laten ons afzetten met de taxi in de Indiase wijk. Na een reis door India vinden wij dit een een boeiende omgeving, alleen Kees houdt er niet zo van. Meteen worden we afgezet, letterlijk en figuurlijk, want de taxi is uiteraard veel te duur en zet ons af aan de rand van de wijk. Het is vroeg in de ochtend, dus is het nog stil op straat. Onder een luifel krijgt de politie, die staat opgesteld in een peloton, instructie voor de dag.


De wijk geeft een armoedige indruk en we zijn vooral op zoek naar kledingstoffen. De moskee is gesloten in verband met de Ramadan. De islamitische winkel tegenover de moskee verkoopt grote witte doeken om mee te nemen op bedevaart naar Mekka. We kopen twee hadji-doeken om achterin de auto over de bagage te leggen. We hopen dat de dieven bij het zien van deze islamitische tekens op de handdoeken ons niet zullen beroven. En het werkt, want er wordt niet ingebroken in de auto.


In Kuala Lumpur kun je overal winkelen in enorme pakhuizen. Onze favoriet is de mall met elektronica. Ieder hoekje is gevuld met een handelaar. Zelfs op de tussenverdiepingen staan handelaren met allerlei computers, tablets, koptelefoons en telefoons met hun uitstalling. Als je vraagt naar een merk of type en dat is niet op voorraad, dan staat er in no time een mannetje met het door jou gevraagde exemplaar. Dat lenen ze dan even bij de buren. De prijzen zijn enorm lag en de grote merken hebben hun eigen shop. We besluiten dan ook en statief ofwel een poot statief te kopen voor mijn camera. Later kopen we het nieuwste Sony Tablet voor de helft van de Nederlandse prijs.


De avonden wandelen we rondom ons hotel, waar van alles is te zien. We zitten op loopafstand van de Chinese wijk en de grote warenhuizen. Je komt ogen te kort! Wat leven deze mensen anders dan in het westen. Rustiger. Eenvoudig eten en gezelligheid rondom een tafeltje ergens op straat. De schoolkinderen komen in hun uniform langs op weg naar huis. In de omgeving staan eenvoudige flats me top de achtergrond de wolkenkrabbers van het dure winkelcentrum om de hoek.

Allerlei soorten eten is te koop, zelfs Turks ijs. Het afwassen gebeurd met de slang en een emmer, gewoon op straat. Je moet dan ook niet nadenken als je zit te eten. In dit warme land wordt alles gekoeld met ijs. De vrachtwagen met ijs komt een nieuwe lading brengen, die hij snel naar binnen moet dragen door het smelten van het ijs.

Goederen worden vervoerd bovenop een auto, waarbij de chauffeur net zo lang door stapelt totdat het echt niet meer kan. De kleine vrachtauto valt nog net niet om. Ook op brommers wordt van alles vervoerd. Dan komt er een enorme bus aan, die door de kleine straat langs de eetstallen wil. Iedereen schuift een beetje op, zodat de bus er langs kan. er val geen onvertogen word. De mensen gaan gewoon door met hun werk.

De contrasten tussen de mensen zijn groot. Je ziet in dit islamitische land uiteraard veel gesluierde vrouwen. Maar in de winkel in de straat werk total verschillend gekleedde dames naast elkaar.                         
Donderdag 18 juli 2013

Vandaag rijden we de stad uit op weg naar Malakka. De afgelopen dagen hebben we de auto laten staan, omdat we links rijden zo eng vonden. Maar nu moeten we wel. Kees durft het aan ofwel moet wel! We rijden naar de Batu Caves net buiten Kuala Lumpur. De trap naar deze tempel in de grotten is te steil, dus stort ik mij op de Indiase tempel beneden. Het is nog vroeg, dus niet echt druk. Ik kan dan ook mooi de auto met de bagage in de gaten houden en controleren of de Hadj doeken onze bagage beschermen.


Na het bezoek aan de grotten en tempel proberen we de snelweg te vinden. We moeten een soort kruising over, maar ik zie niet meer wat links en rechts is. Het lukt, maar uiteindelijk hebben we een afslag gemist en proberen we via de zijweg om te keren. Een goed begin van een tocht van een nd door Maleisië.


We gaan op weg naar het rubbermuseum. Dat blijkt een fabrieksterrein te zijn, waar ook de mensen die er werken wonen en de kinderen op school gaan. We worden hartelijk ontvangen en krijgen uitvoerig uitleg wat er allemaal van rubber kan worden gemaakt. Zeer educatief en het lijkt wel een schoolreisje.

Vervolgens rijden we richting Malakka, waar we door het centrum naar het appartement aan zee rijden. In de avond lopen we door de klongs waar we een Europese man zien met een levensgrote varaan op zijn schouder. Ik wist niet dat ik zo hard kon lopen. We eten bij de Geographer, want dat kun je als geograaf toch niet overslaan. Door de klongs lopen we terug.

Vrijdag 19 juli 2013

In de ochtend is het al goed warm en gaan we eerst naar de VVV. Als we onze schoenen uitdoen, dan mogen we naar binnen. Daar is de airco aan en kunnen we de studiegegevens voor Max in orde maken. We steken het plein over naar de Nederlandse Christelijke kerk en daarachter de begraafplaats. Daarna bezoeken we nog een andere kerk, die wordt geleid door de Chinese gemeenschap met wisselende diensten voor verschillende landen. Als we het plein voor de kerk oversteken, dan komen we langs een straat met allerlei musea. We bezoeken nog het Nationale museum, maar dat is volledig in het Maleis. Dus dat werkt niet.

Veel reisorganisaties gaven al aan dat je Malakka kunt overslaan, maar ik wilde zien waar de Nederlanders zich indertijd hebben gevestigd.
Vreemd om te zien dat er in de kerk een hele rij Nederlandse namen staan van mensen die heel lang geleden daar zijn geweest. Die moeten moed hebben gehad om deze verre reis te ondernemen.


Uiteraard gaan we in het verre oosten naar de dierentuin op zoek naar andere dieren dan bij ons. We hopen tijgers te zien en dat gaat lukken. De dierentuin is goed verzorgd, maar we letten extra op. Wie weet zijn de hekken niet zo best als bij ons en staat er dadelijk ineens een tijger voor ons neus. We gaan vroeg, zodat de dieren buiten zullen zijn voordat de hitte begint. Moeder aap is een apart geval. Ze blijft ons aankijken en vindt het schitterend om te worden gefotografeerd. Een trotse moeder!


Uiteraard hebben we bij terugkomst een bon, want we kunnen geen Maleis lezen op het parkeertrein. Best wel een hoog bedrag, dat wil zeggen 30,=. Die moeten we meteen gaan betalen bij het lokale politiebureau, maar dat doen we toch maar niet. Nooit meer wat van gehoord. We waren namelijk van plan de parkeerkosten direct te betalen, maar dan kon niet.

Zaterdag 20 juli 2013

Onderweg naar ons volgende adres gaan we langs een olifantenopvang. Uiteraard is dit weer een toeristenshow geworden. De begeleiders winden zich de hele tijd op dat we geen sticker dragen, dus bij welke groep horen we. We kopen voer voor de olifanten en verdwijnen dan weer, omdat we niets aan dat olifantencircus vinden.



We gaan we op weg naar onze homestay in Temerloh. Ik weet niet wat ik heb geboekt, want er zat geen foto bij. Dat is maar goed ook, achteraf gezien. We hebben geen adres, merk ik. Wel zo ongeveer, maar dat wordt hem dus niet. We stoppen bij een kleine homestay langs de weg en die belt de eigenaar van onze homestay. We rijden achter de eigenaar aan en dat is maar goed ook, want we gaan de binnenlanden in over allerlei kronkelweggetjes. We komen aan bij een grote villa van de eigenaar, die op zijn terrein een aantal houten hutten heft gezet. En ja hoor, daar slapen we. Doodeng. Maar we krijgen nog een verrassing. We hebben geen eten en moeten dus s' avonds bij de familie eten. In verband met de Ramadan is dat rond 20.00 uur. Daar gaan we dan. Een enorm huis met pa en ma, de kinderen en echtgenoten en de kleinkinderen. Er staat een lopend buffet en ik neem mijn plaats in. Achter mijn man, maar ik mag wel op de hoek aan de herentafel zitten. Maar als je niet mag/kunt meepraten, dan zoek je vanzelf samen met je dochter de vrouwentafel op. Daar gaan de gesprekken over de reizen die de dames maken naar Europa. Ze zijn net terug uit Rome. Aan de vrouwentafel verlopen de gesprekken soepel. Ze vragen of Charlotte al uitgaat en geven aan dat ik heel veel van haar houd, omdat ik zo bezorgd ben. Mooi, die kan ze onthouden.


Kees en Max zitten aan de mannentafel en een van de zonen komt regelmatig in Dordrecht voor zijn werk. Zijn vrouw gaat dan mee om naar Rotterdam te gaan. Wat is de wereld klein. Dan zit je ergens op het platteland in de binnenlanden van Maleisië en dan komen ze voor hun werk bij ons om de hoek in Dordrecht.


Dan is het bedtijd. We hebben gelukkig een zaklamp, maar die kan niet aan in verband met de beestjes. Ik kruip in bed met de deken volledig over mij heen en hoop dat er vannacht geen beest naar binnen komt. De volgende ochtend zit er een slang in de lokmand. Dus gelukkig niet in ons bed.


Charlotte heeft een dik oog door een insectenbeet. Ze vindt het niet erg, omdat het primitieve slapen zo leuk was. Maar stiekum zijn we blij dat we vannacht wel ramen hebben en geen kieren in de vloer. De was gaat weer mee, want middenin de hut stond een moderne wasmachine. Douchen boven de wc pot was ook weer eens iets anders voor de kinderen. Dat hadden wij al eerder in India gedaan.

Zondag 22 juli 2013

We gaan op weg naar Jerantut, vanaf daar zullen we het tropisch regenwoud in gaan met een boot. Het hotel is een beetje apart. De kamers ruiken muf, het water in de douche is heel koud en we hebben een enorm balkon zonder deur. We moeten er eten, maar de nasi zit vol met garnalen. Wel een superzwembad en een stel aanstellers die komen zwemmen. Het is tenslotte zondag.

We gaan via de receptie boeken bij een café in het dorp. En ja hoor, de chauffeur weet nog een leuk restaurantje onderweg. Dus niet. We boeken een boottocht naar Taman Negara van drie uur. Dat wordt een lange zit als je niet van varen houdt, zoals Kees.

In de avond gaan we op zoek naar eten en komen terecht op een voedselmarkt bij het station. Doordat het Ramadan is, gaan de mensen massaal eten kopen. Het ziet er erg lekker uit, maar moet opgewarmd worden. Dit is natuurlijk een hotel zonder microwave, dus belanden we bij Kentucky Fried Chicken.


Maandag 22 juli 2013

In de ochtend brengt een busje ons naar de rivier, waar we in een lange houten boot stappen. Het is meer liggen dan zitten, omdat er geen banken in zitten. Je zit op een matje en krijgt dus vanzelf een houten achterwerk.

Onderweg hebben we het geluk dat de motor steeds afslaat. De boot blijft dan dobberen totdat de motor het weer even doet. Best spannend als je ziet dat de kant best ver zwemmen is. Gelukkig valt de motor ook een keer uit als we naast een kudde buffels in het water liggen. Die snappen er ook niks van.

Onderweg komen we een andere boot tegen en ze wisselen van bestuurder, maar die krijgt ook motorproblemen. Uiteindelijk bereiken we een restaurant op het water waar de boot aanmeert. Van daaruit gaan we met kleine bootjes naar de overkant, naar Taman Negara het tropisch regenwoud.







Na de overtocht klimmen we een trap op waar we worden verrast door een leguaan. Maar dat was te verwachten. Veel mensen blijven slapen in Taman Negara, maar dat zijn de echte wandelaars en hippies ofwel veel jongelui met weinig geld.

Kees en de kinderen gaan naar de grote hangbrug en ik ga langs de rivier zitten om te kijken wat er allemaal langs komt. Dan komen er twee Canadezen langs, waarvan de ene twaalf jaar geleden in Kuala Lumpur een school heeft opgezet en is blijven hangen. De reden is dat hij van daarvandaan heel Azië kan bereizen. 

We gaan nog een boottocht maken naar de lokale bevolking. De boot wordt ergens op een strandje aangelegd en je ziet maar hoe je de wal opklimt. Boven zien we hutten van de lokale bevolking. We krijgen daar uitleg van een plaatselijke jongen, die aardig Engels spreekt. Niet zo erg toeristisch als ik had gedacht. De lokale bevolking blijft op afstand en de vrouwen verstoppen zich in een hooggelegen hut. 

We eten in het restaurant op het water, omdat we een boottocht hadden geboekt waarbij wij nat zouden worden. Daar waren we tijdens de booking dus mooi ingetrapt. Maar we moeten nog terugrijden en dat wordt een lange rit, dus hebben we geen zin in natte kleren. Ik bestel eten en dat is zo lekker dat ik weer te snel eet. Dat gaat dus mis! Rennend over de basaltblokken op de kant op zoek naar een wc. We belanden bij iets dat daar op lijkt, maar geen papier. Bladeren genoeg, dus probleem opgelost. De kinderen kijken verbaasd als we terugkomen, want dat hadden ze nog niet eerder meegemaakt dat ik ging sprinten tijdens het eten. Een van de begeleiders ziet het en vraag met een big smile of ik opgelucht ben. Grapjas! Zij lachen zich rot om al die westerlingen aan de diarree!




De begeleider geeft aan dat we de kant op moeten op weg naar een busje terug naar de bewoonde wereld. Het begint al donker te worden en de begeleider loopt een andere kant op en zegt zo terug te komen. Daar staan we dan! Ik ga op zoek naar het busje en we kunnen nog net mee. Wat een mazzel!

Onderweg naar Jerantut wordt het nog spannend door de vele kuilen in de weg en de tegenliggers zonder licht. Laat komen we aan bij het hotel van een prachtige tocht door Taman Negara, het tropisch regenwoud in de binnenlanden van Maleisië.

Dinsdag 23 juli 2013

We maken een lange rit naar de oostkust naar Kuantan. Dit wordt ons mooiste hotel, maar er is weinig te doen of te zien. We gaan zwemmen, waarbij de mannelijke personeelsleden zich bovenin het hotel verzamelen om de dames in het zwembad te gaan fotograferen. We gaan steeds verder van de toeristische gebieden en dan zijn ze weinig westerlingen gewend, die spaarzaam zijn gekleed. Wij worden er niet vrolijk van.

In het grote winkelcentrum naast het hotel kopen we sjaals en stoffen voor erg lage prijzen. Prachtige kleuren waar de lokale dames lange gewaden van maken in de islamitische land. Charlotte eet een heerlijk bordje rijst, dat haar lang zal heugen. Tijdens het eten kijkt een heuse vissenkop met leuke kraaloogjes haar aan. Ze schrikt zich lam dat ze dat visje bijna had opgegeten.

In de avond is er een Ramadanbuffet. We verbazen ons over een klein busje waar pa en ma uitstappen en steeds meer kinderen komen naar buiten. Dat is wel een heel groot gezin.


Woensdag 24 juli 2013

We rijden langs de oostkust van Kuantan naar Kuala Terenganu. De weg is prima, maar de TomTom stopt er mee. Dat is knap lastig. Dus rijden we zo ongeveer de route die we denken te moeten hebben.

Onderweg komen we langs een museum dat gaat over de schildpadden die langs de kust worden bedreigd. Ze zitten in bakken van klein naar groot. Als je boven de bak staat steken ze hun nek uit en kijken je aan. Charlotte moet er even een aaien.

We bezoeken bij aankomst in de stad een complex met allerlei ambachten en daarna na een park met daarin alle grote bouwwerken in de wereld, maar in verband met de Ramadan is dat helaas niet toegankelijk behalve de druk bezochte moskee met de spiegelkoepel.


Als we aankomen hebben we het kleinste hotel ooit. Er is geen hal, maar een deur met daarachter een balie en een trap naar boven. Kees gaat klagen over de grote van de kamer, maar we schijnen de luxe variant te hebben met uitzicht op de hoofdstraat. We gaan naar de VVV waar we zo vriendelijk worden geholpen. In dit deel van Maleisië komen namelijk bijna geen toeristen. Aan de balie gaan ze speciaal staan en we krijgen de mooiste folders mee. Op zoek naar een zak patat voor het zout in dit warme weer. Dat lukt bij een KFC aan het einde van de straat.

Op weg naar de boulevard zien we een grote markt voor de Ramadan. Daar blijven we een tijd en kijken we zittend vanaf de stoep wat er allemaal wordt verkocht. Het eten is een feest om te zien. Het ziet er zo lekker uit, maar we kunnen het niet meenemen zonder magnetron. Dus het water loopt ons uit de mond.
Dan moeten we zelf op zoek naar eten. Dat wordt een hele klus, want het is een kleine plaats. Ze spreken er geen Engels, omdat er weinig toeristen komen. Met handen en voeten bestel ik rijst en omelet. De kitten liggen onder de tafel en wachten op de restjes. Die komen er niet, want het is eenvoudig eten en lekker. We eten langs de doorgaande weg en de TV staat hard aan. Een toetje nemen we aan de overkant in een luxe tent en we durven zelfs een ijsje aan. Wat een contrast. Gewoon de straat oversteken en we zitten nu superluxe. De prijs is voor ons normaal voor een ijsje, maar voor de Maleisiër moet dit enorm zijn. Er zitten dan ook maar een paar stelletjes in de zaak en die zien er goed opgeleid uit.

Aan de overkant  kopen we stof. Duur, maar mooi. Niet duur voor onze begrippen, maar wel in verhouding voor wat ik er in Malakka voor heb betaald. Dan nemen we nog een stoffenwinkel, maar dat wordt vervelend. De jongens gaan proberen Charlotte, die eigenwijs een korte broek draagt, te fotograferen. En boos dat ze is. Maar ik heb haar gewaarschuwd dat de oostkust islamitischer is en dat die kort broek niet kan. Ze komt er vanzelf achter.

Donderdag 25 juli 2013

Op weg naar Kota Bahru, de strengste islamitische stad aan de oostkust. De meningen zijn verdeeld. Ons hotel was smerig. Dus we waren er snel over uit dat we de stad zouden verlaten richting de kust. We bezoeken dan nog wel de avondmarkt waar veel te zien is. De mensen staren ons aan, omdat hier minder toeristen komen. Niet onvriendelijk, maar eerder afstandelijk.

De voedselmarkt de volgende dag is een succes. Van bovenaf kun je op de handel in groenten kijken. We zijn niet alleen, want er lopen ratten rond. Als we terug lopen vinden we een klein poesje, dat van de honger dreigt om te komen. We halen bij de 7-Eleven een drinkbeker die we willen ombouwen tot voerbak. Daar moeten we voor betalen. Wat een onzin. Ze hebben in de winkel ook kattenvoer en dat wordt onze duurste aankoop aan voer ooit.


De mooiste foto's maken we op straat waar allerlei mensen langskomen op weg naar de markt. We blijven daar een half uur staan en zien de mooiste kleding langskomen.


Op de terugweg komen we weer langs het poesje. Charlotte overwint de stank van het voer en stopt de visjes in het bakje. Dan achter het hek, waar de kat zich heeft verschuilt. Maar de poes eet niet. Meenemen kan niet, want die kunnen we nooit invoeren. En onze Max is allergisch. We laten de poes verdrietig achter.


We doen nog een rondje musea, die in de boeken al enorm goed staan aangeschreven, Het War Museum is klein, maar wel goed opgezet. De andere musea zijn nauwelijks de moeite waard, dus boeken we een hotel aan het strand.



Vrijdag 26 en 27 juli 2013

Op weg naar het strand waar we in een strandhuis op palen zullen verblijven. In de avond gaat mijn lens op tilt, die achteraf geheel kapot blijkt te zijn. Er is die avond een Ramadan feest in het hotel, dus er was voldoende te fotograferen. Auto's rijden af en aan en voor de jongelui is de auto hun visitekaartje. Van toeteren worden ze erg blij.

Met Kees zijn lens fotografeer ik verder, maar ben behoorlijk van de leg. Dan kruipt er ook nog een salamander over mijn fototas en dat veroorzaakt een sprint naar buiten. Ik ben er klaar mee.

We gaan op zoek naar eten op de weg die naar het strand loopt. Onderweg is een avondmarkt, die erg lokaal is. Ze kijken ons vreemd aan, maar laten ons met rust. Het eten in een restaurant langs de weg is heerlijk! We bestellen met handen en voeten en laten het vlees liggen. Wijs!


Zondag 28 juli 2013

Vanuit Kota Bharu vertrekken we naar Belum National Park. We hebben een lange rit voor de boeg en onderweg rijden de vrachtwagens zo hard, dat we af en toe langs de weg stoppen. We maken de oversteek van de oostkust richting de westkust op weg naar Penang. Dat is een lange weg waar veel vrachtverkeer over gaat. Niet ongevaarlijk, dus.


Het hotel in Belum is zo vies, dat we na een nacht weggaan. De kamers stinken, het zwembad is vervuild en het eten minimaal. We eten dan ook aan de overzijde van de brug in het luxere hotel. Jammer, want dit is een prachtig natuurgebied. We hadden ons verheugd op een boottocht, maar er is veel minder te zien dan in Taman Negara en de prijzen zijn enorm. De volgende ochtend laten we een Italiaanse man bij ons aan het ontbijt zitten, want er is niemand in het vieze hotel. Hij blijkt docent wiskunde te zijn, dus ik houd wijselijk mijn mond. Geen werk nu!


We bellen Penang dat we een dag eerder komen en proberen de Chinese eigenaresse te begrijpen. Dus we gaan op hoop van zegen dat ze een appartement vrij hebben.

Maandag 29 juli t/m 2 augustus 2013

De rit van Belum naar Penang valt mee. Bij aankomst staan we in de verkeerde rij en moeten bijna met de boot naar Penang, terwijl wij met de brug naar het eiland willen. Het appartement is zo mooi en schoon, dat je er gewoon kunt wonen. We hebben drie enorme slaapkamers. twee balkons, een grote keuken en wasmachine. De ingang heeft bewaking en onze voordeur een hek.

Eindelijk uitrusten van de lange tochten door Maleisië. We eten iedere avond, en dat doen we nooit, bij hetzelfde karretje op straat. Deze mevrouw heeft een aantal bakken en weeg met haar handen wat je ongeveer moet betalen. Zoiets als een Euro voor een vol bord met verse groeten en rijst. Zo lekker!
Je kunt binnen in een sort huiskamer zitten op plastic stoeltjes, Het is wijs dat je je voeten optilt, want af en toe komt er een rat langs op weg naar de keuken. Maar dat maakt niet uit, want het eten is erg lekker.


Het appartement is zo mooi en schoon, dat je er gewoon kunt wonen. We hebben drie enorme slaapkamers. twee balkons, een grote keuken en wasmachine. De ingang heeft bewaking en onze voordeur een hek. En dat voor 60,= per nacht. Wel hebben we een vriendje onder de bank in de woonkamer. Een heuse grote salamander. Maar die hebben we al staand op de band verwijderd. Ik weet niet wie het bangst was.

Eindelijk uitrusten van de lange tochten door Maleisië. We eten iedere avond, en dat doen we nooit, bij hetzelfde karretje op straat. Deze mevrouw heeft een aantal bakken en weeg met haar handen wat je ongeveer moet betalen. Zoiets als een Euro voor een vol bord met verse groeten en rijst. Zo lekker!
Je kunt binnen in een soort huiskamer zitten op plastic stoeltjes, Het is wijs dat je je voeten optilt, want af en toe komt er een rat langs op weg naar de keuken. Maar dat maakt niet uit, want het eten is lekker.


Penang biedt veel. We stoppen onderweg langs de kust en zien hoe de vissers is kleine hutjes op het strand met hun gezinnen leven. Armoede!



We bezoeken een bijzonder museum, het War Museum. Dat ligt op de staart van het eiland, zodat in de heuvel de onderaardse gangen konden worden gegraven ter bescherming tegen de vijand. Tevens kon men vanaf de heuvel de vijand zien aankomen. Het is een echt museum, want de slaapplaatsen en de officiersmess zijn nog te bezichtingen. Duur, maar zijn geld meer dan waard. We verblijven er een paar uur in de ochtend tot de lunch.


We bezoeken op Penang ook nog de tropische fruitboerderij. Wat een vreselijke weg langs de kust. Hoog langs het ravijn en dan zo hard slingerend dat je de tegenliggers niet ziet aankomen. Er komt geen eind aan en we rijden een paar uur. Terug kan niet en vooruit ziet het er niet best uit met al die bochten. We moeten zo steil naar boven dat we denken dat onze amazing car de berg achteruit af glijdt. Dat dus nooit meer, maar uiteraard is het uitzicht boven formidable.
Daarna weer op weg naar de kruidentuin, wat een planten en bloemen staan hier. De kinderen ontdekken een hangschommel en een aantal potten waar je kruiden kunt stampen. Weer wat geleerd! 

Het eiland kent allerlei wijken met zijn eigen gewoonten. Eerst naar de Chinese wijk en daarna naar de Indiase wijk, die er achter ligt. Maar de Indiase wijk ziet er niet uit als in India. Het is een gewone wijk met veel moslims, terwijl wij dachten hindoes te ontmoeten. Een stukje verder begint de Chines wijk. De mensen zijn vriendelijk en we mogen in de Chinese tempel naar de wc. Op weg naar het hotel komen we langs wegwerkers, die in de zinderende hitte een nieuwe weg aanleggen. Dan weer op weg naar de auto.


We doen dezelfde kunstje. Charlotte en ik wachten in een duur hotel in de lobby. Uiteraard komt de baliedame vragen of ze ons kan helpen. Nee, we wachten op onze chauffeur. Als ik Kees zie aankomen met zijn dienstlaarzen snel ik naar buiten, want dat is dus onze chauffer. Hebben we toch lekker gezeten in de lobby. Was best een duur hotel!

De winkelcentra zijn groot bieden van alles. Veel mobielen waar wij dus niets aan hebben, omdat die in Europa niet werken. En gympen. Alle dure merken en dan niet nagemaakt, dus ik koop een paar prachtige sportschoenen. Blij!

De volgende dag gaan we met de auto op tempeltour. Eerst wilden we niet gaan, omdat de tempel op een heuvel buiten de stad ligt. Prachtige autorit er naar toe. En dan via een soort overdekte trap naar boven. Onderweg zien we allerlei producten die worden aangeboden, van Boeddhabeelden tot afbeeldingen van Jezus. Bovenin heb je een schitterend uitzicht over de vallei. Er is ook een klas met schoolkinderen, die met zijn allen de schildpadden gaan voeren. Binnenin de tempel kun je een dappan kopen met je naam erop, dan is dat een donatie voor de tempel en komt je dakpan met naam op het dak te liggen.

Middenin het centrum van Penang is een winkelstraat met fotozaken. Aangezien mijn lens kapot is koop ik voor de helft van de prijs een originele Canon lens. Wel zonder Europese garantie, maar dat wagen we er dan maar op.

We gaan op zoek naar de Siks tempel. Er zijn geen bezoekers, maar wel mensen die komen bidden. Uiteraard wordt ons eten aangeboden in de grote zaal achterin, want dat is de gewoonte.

Zaterdag 3 augustus

We hebben een enorme rit voor de boeg van Penang naar de Cameron Highlands. De geode weg ernaar toe is moeilijk te vinden. We gaan een enorme weg met bochten rijden en wel drie uur aan een stuk. Langs de afgrond met hard rijdende tegenliggers. Dus levensgevaarlijk.

De Cameron Highlands zijn een geografieboek. Vanalles wordt hoog in de heuvels verbouwd. We bezoeken een theeplantage, aardbeienfarm en gaan langs een kwekerij. Het is lekker koel en ze zitten rondom tussen de bomen. Het hotel is prachtig en vlakbij het centrum waar we echt Indiaans gaan eten. Prachtige omgeving en niet echt toeristisch, omdat het vooral een wandelgebied is.

Zondag 4 augustus 2013

We gaan gelukkig via een andere weg naar Kuala Lumpur, dus veel minder bochten en de Bergen af. Onderweg zien we de huizen of eigenlijk hutten van de dorpelingen. Deze inwoners wonen tijdelijk isn hutten van golfplaten en als het voedsel in de omgeving op is, dan verhuizen ze weer naar een ander deel van het oerwoud.

Onderweg is er weinig verkeer, omdat het zondag is. We zien Christelijke families, die met de Bijbel in de hand op weg gaan naar de kerk. Dat is bijzonder in een moslimland als Maleisië.

Maandag 5 augsutus 2013

In Kuala Lumpur verblijven we in een ander hotel met een toepasselijke naam, het Geo Hotel. Dit ligt in een ander deel van de stad, zodat we niet weer in de kleine Chinese wijk zitten en bij de grote warenhuizen. We zitten nu recht tegenover de Central Market met daarvoor het busstation, zodat Max en ik ons opstellen om veel foto's te gaan maken.

Om de hoek is de grote Chinese wijk, maar daar is het zo druk met al die toeristen dat we weggaan. We eten iedere avond boven in Central Market voor een idioot lage prijs. Je wijst de gerechten aan en zeer snel staan deze op tafel. Er zijn bijna geen toeristen en je eet samen met de lokale bevolking, die uit eten gaat na het einde van de Ramadan. Iedere avond rond 19.30 uur zit het vol. We hadden verwacht dat er een groot feest zou zijn na het einde van de Ramadan, maar dat is er niet.







We wandelen veel door de wijk, want er is genoeg te zien. We zitten hier buiten de toeristische route en nemen dan ook iedere morgen voor de deur van het hotel de bus naar de bezienswaardigheden. Deze bus rijdt gratis. De auto laten we in de parkeergarage onder het hotel staan.

In de wijk ligt een grote Hindoetempel. Er zijn weinig mensen en uitleg krijgen we niet, want de priester zegt dat hij geen Engels spreekt. Onzin dus.











De stad is een mengelmoes van mensen, die afkomstig zijn uit alle delen van Azië. Dat zie je als je op straat vlakbij het busstation.









































We lopen nog een keer door de islamitische wijk waar het erg druk is. Steeds zie je weer nieuwe winkels of andere mensen, die in alle rust hier wandelen of hun inkopen doen.